woensdag 25 oktober 2017

Via de Elzas naar Zwitserland


Zaterdag 26 augustus 2017 (1)


De hemel is grijs wanneer we vertrekken en het is tamelijk frisjes. Het is 6 uur in de ochtend en ondanks het weekend is het toch tamelijk druk op de autosnelweg naar Brussel.  Het gaat echter vlot vooruit. Vanaf Namur komen we stilaan in vakantiemodus. Lichte nevelslierten tussen de donkere dennenbomen en in de brede dalen zorgen voor mooie poëtische beelden.  Het lange stuk tussen Namur en Arlon (dat blijkt langer dan tussen Gent en Namur) is wat saai maar hier wordt het verkeer veel rustiger. In Luxemburg wordt het heel even écht mistig maar de zon slaagt erin om al gauw door de wolken heen te prikken. Om 9:15 uur, even vòòr Metz, is het tijd voor een korte stop.  We hebben al 3 uren gereden en 320 kilometer op de teller. De zon schijnt nu volop en we noteren al 25°C. Even een plasje en de benen strekken en terug op pad. Tussen Avesnes en Molsheim verlaten we de snelweg en zo krijgen we nog een stukje Elzas te zien; niet het mooiste stukje maar toch voldoende om enkele goede herinneringen aan vroegere bezoeken terug op te roepen:  talloze borden “Foie Gras”, hier en daar een wijngaard en af en toe zelfs een ooievaar. Even verder rijden we terug de snelweg op richting Colmar en bereiken tegen de middag de afrit Ribeauvillé. Nu hebben we al 550 kilometer afgelegd dus we hebben al de tijd voor een rustige lunch.


Ribeauvillé is een typisch Elzasser stadje: vakwerkgevels in alle kleuren, uitbundig bloeiende bloembakken, winkeltjes met streekproducten: gebak, wijn, aardewerk, typische Elzasser kledij, enz. Zeer veel kitsch. Ondanks de toeristische drukte vinden we toch nog een parkeerplaats op een pleintje in het centrum. Het is zeer warm, bij de 30° schat ik.  In de lange hoofdstraat is er zeer veel volk en alle terrasjes zitten vol. Helemaal op het einde van de straat vinden we nog plaats op het terras van de binnenkoer van restaurant “Au Cerf” dat er tamelijk aantrekkelijk uitziet.  We zoeken geen uitgebreide lunch want we hopen vanavond lekker te eten in ons hotel in Zwitserland. Beiden kiezen we voor een eenvoudige Tarte Flambée of Flammkuche, een traditioneel streekgerecht, met fromage blanc, room, uien en spekblokjes. Eigenlijk is dit een soort pizza: zeer dun en krokant, echte boerenkost maar best wel lekker, al denk ik dat er betere adresjes voor te vinden zijn… Toch ben ik blij deze Franse gastronomische specialiteit ook eens gegeten te hebben. Vooraleer verder te trekken, kopen we in een patisserie nog enkele heerlijke zandkoekjes voor onderweg.